Er is méér dan deze wereld en onze tijd op aarde

0

De zorgvuldigheden van dit leven kunnen ons aardig in beslag nemen. Niet alleen de zorg om het bestaan, de gezondheid of de te betalen rekeningen, maar ook de luxe die we hebben, die ons tot meer keuzes dwingt dan goed voor ons is.

Op rijke grond groeien veelal slechts doornen, distelen en brandnetels: weinig vruchtbare gewassen. In ons materieel rijke bestaan lijkt vaak weinig tijd en ruimte voor echt vruchtbare bezigheden en zeer veel tijd en geld wordt besteed aan onnuttige ‘ontspanning en verstrooiing’.

In de tijd van Alexander de Grote leefde een man die door velen voor wijs werd aangezien, Diogenes. Hij was er al achter gekomen dat ons materiële bezit weinig goeds tot gevolg heeft. Karl Marx en vergelijkbare geesten hebben heus niets nieuws bedacht. Diogenes had, als zoon van een bankier, besloten slechts het hoogst noodzakelijke te behouden en de rest weg te doen. Hij leefde in een ton, hij had slechts een kom, een beker en die grote aardewerken ton (een amfora) waar hij in sliep. Toen hij zag dat iemand een bol brood gebruikte als kom en dronk met zijn handen besloot hij ook die kom en beker weg te doen. Alexander was diep onder de indruk en hij ging bij Diogenes langs. “Begeer wat ik je zal geven en je krijgt het van me zei hij tegen Diogenes. Waarop deze antwoordde: “Doe eens een stapje opzij, je staat tussen mij en de zon in”. Een veelzeggend en veelbetekenend antwoord. Waarop Alexander begon te lachen en zei: “Als ik niet Alexander was, zou ik Diogenes willen zijn”. Deze antwoordde: “Als ik niet Diogenes was, zou ik Diogenes willen zijn”.

De Bijbel zegt er het volgende over: “Als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmee vergenoegd zijn”. Om vervolgens te waarschuwen voor het streven naar rijkdom en materieel bezit. Maar gek genoeg is het precies dát wat we om ons heen zien. De mensheid jaagt naar rijkdom, luxe, cool, hip en uiterlijk vertoon. Nooit genoeg, altijd meer, nieuwer en anders. En precies dát is het doel ervan: ons afleiden van wat wèl belangrijk is. In plaats van een goed gesprek waardoor we elkaar beter leren kennen en nader tot elkaar komen, houden mensen – en frustrerend genoeg ook christenen – zich vooral bezig met de buitenkant, het oppervlak: ‘Hoe zit je haar?’, ‘Scheer je baard, Nieuwe kleren?’ En het is nooit goed, het moet steeds anders, en de mode verandert voortdurend. Het is niet blijvend, het houdt geen stand, want in wezen doet het er absoluut niet toe, maar dient het slechts om ons weg te houden bij elkaar en bij de Heer.

De vreze des Heeren is het begin van alle wijsheid. Inderdaad, slechts het begin: we zouden erin groeien en eruit leven. Dat zou hetgeen zijn wat ons leven bepaalt. Tijd is een kwestie van prioriteit. Datgene waar jij je tijd aan besteedt, dat is hetgeen je belangrijk vindt, waar je voor kiest. Ik weet ook wel: we hebben allemaal rekeningen te betalen en een groot deel van onze tijd gaat wekelijks op aan slapen en werken, maar dat is slechts de helft van de tijd. Als je wilt weten wat belangrijk is voor mensen, kijk dan waar ze de rest van de tijd aan besteden. Dan blijkt vaak dat men wel zégt iets belangrijk te vinden, maar dat andere dingen structureel voor gaan. Kennelijk vindt men dat men het belangrijk zou moeten vinden, maar in de keuzes die men maakt blijkt iets anders. ‘Put your money where your mouth is’ placht men te zeggen in het Engels. Geef je geld uit aan wat je zegt belangrijk te vinden, maar doen we dat ook?

De mens ziet aan wat voor ogen is, en houdt zich in de eerste plaats vaak bezig met aardse, tastbare, materiële dingen, omdat het praktisch nut ervan ogenschijnlijk duidelijk is, en ook hierin is niets nieuws onder de zon. Thales, die eeuwen leefde vóór Socrates en diens leerling Plato, leerde al dat natuurverschijnselen geen mythische verklaring nodig hadden, maar zelf onderhevig waren aan de natuurwetten volgens welke de schepping in elkaar zit. Velen kwamen om te leren van zijn wijsheid, maar andere zagen slechts de vodden waarin hij gekleed was en de nederige omstandigheden waarin hij woonde en bespotten hem en zijn leerlingen hierom. Toen de gelegenheid zich aandiende, huurde Thales met het weinige geld dat hij bij elkaar kon krijgen in de lente alle olijfpersen en verzamelde ze. Toen de tijd van de oogst kwam en duidelijk was dat het een zeer rijke oogst zou worden, verhuurde hij ze weer tegen hoge prijzen. Iedereen stond versteld van de hoeveelheid geld die hij verdiende. Toen hij zijn critici de mond gesnoerd had, keerde hij terug naar zijn sobere leefwijze en niemand trok meer zijn wijsheid in twijfel.

Zo zijn er talloze voorbeelden in de geschiedenis van de mensheid, waar men pas de wijze erkent nadat men praktisch of tastbaar bewijs geleverd heeft gezien van zijn wijsheid. De wijze kenmerkt zich steeds voor zijn gebrek aan waardering voor aardse rijkdom, terwijl het voor de dwaas zijn enige drijfveer in het bestaan (b)lijkt. De dwaas luistert niet naar wijsheid en toont hiermee zijn dwaasheid. Zo is het de hele geschiedenis van de mensheid het lot van de wijze geweest dat hij niet of nauwelijks gehoor vond, vraag maar aan Noach of Lot of Cassandra. De mens lijkt slechts geïnteresseerd in welvaart en loze beloften van het welvaartsevangelie. Dat na zonneschijn weer regen komt, na de zomer weer een winter, na leven dood. Dat er een oordeel komt over deze wereld is iets wat men liever niet hoort noch wil weten.

Bob Marley zong al: ‘none of us can stop the time’ en zo is het natuurlijk ook. Aan de gang van zaken in de wereld is niets te veranderen, maar er is méér dan deze wereld en onze tijd op aarde. Als het goed is, komen we tot geloof en hebben we eeuwig leven. Als het goed is, zijn we behouden en zijn we vissers van mensen, om hen te vissen uit de zee waarin het schip van de mensheid verzinkt. Maar zoals destijds ook met de Titanic reddingsboten halfvol het zinkende schip verlieten omdat de opvarenden wel een beetje comfortabel wilden zitten in hun reddingsbootje en daarom geen anderen aan boord wilden, zo lijken ook heden ten dage nog veel christenen hun medemens maar in zijn sop gaar te laten koken, omdat ze zelf graag een luxe en comfortabel leven willen leiden.

Laten wij als christenen onze naam eer aan doen en zien op Christus en laten we Zijn voorbeeld volgen. Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet: let niet op lichamelijke zaken, maar bedenkt de dingen die boven zijn, leef als getuige van Christus!

 

(Bekeken: 593 keer, 1 x vandaag)
Delen via:

Over de auteur

Willem van Stempvoort

Ik ben gelukkig getrouwd, vader van 2 jongens, christen en leraar biologie en geschiedenis op een christelijke middelbare school in het midden van het land. Veel van mijn inspiratie voor mijn blogs komt vanuit deze vakken. Die bevestigen dat de Bijbel het Woord van God is.

Reageren